Na achttien jaar gevangenschap in de Bastille wordt dokter Manette vrijgelaten en vindt hij zijn dochter Lucie terug, die hem dood waande. In Londen ontmoet Lucie twee mannen die vreemd genoeg op elkaar lijken: Charles Darnay, een Franse aristocraat die afstand heeft gedaan van zijn naam, en Sydney Carton, een briljante maar verbitterde advocaat. Al snel breekt de Revolutie uit en sleurt hen allemaal mee naar Parijs.
De eerste zin, “Het was de beste der tijden, het was de slechtste der tijden”, is een van de beroemdste uit de literatuur, en het slot ontroert lezers nog altijd diep.
Vol spanning en wendingen leest de roman als een trein in de taal die u leert.



















