Harriet Jacobs wordt als slavin geboren in North Carolina. Als tiener krijgt ze te maken met de opdringerige avances van haar meester. Om aan hem te ontkomen en haar kinderen te beschermen, verbergt ze zich zeven jaar lang in een piepkleine zolder bij haar grootmoeder, vanwaar ze haar kinderen door een gaatje bekijkt, voordat ze naar het Noorden kan vluchten.
Het is een van de zeldzame slavernijverhalen die door een vrouw zijn geschreven. Ze zegt erin wat anderen verzwegen: wat de slavernij vrouwen en moeders aandeed.
Ze vertelt haar leven eenvoudig, als een bekentenis, en haar verhaal leest u met ontroering in de taal die u leert.



















