“Ik ben een ziek mens… Ik ben een boosaardig mens.” Zo begint de bekentenis van een voormalig klein ambtenaar, verbitterd en eenzaam, teruggetrokken in een hoek van Sint-Petersburg. Eerst legt hij uitdagend uit waarom hij de rede en de vooruitgang afwijst. Daarna vertelt hij over een vernederende avond met oude studiegenoten, en over zijn ontmoeting met een jonge vrouw, Liza.
Deze verteller lacht om alles, om zichzelf en om de lezer, en toch fascineert hij. Dit boek wordt vaak gezien als de toegangspoort tot de grote romans van Dostojevski.
Met de vertaling altijd voor ogen kunt u deze koortsachtige tekst lezen in de taal die u leert.



















