Philipp, die Pitt wordt genoemd, is gesloten en ironisch, en niets boeit hem echt. Zijn jongere broer Fox, een dikke, ijdele jongen, schept voortdurend op en denkt dat er een grote toekomst voor hem is weggelegd. De twee broers, zonen van een fabrikant uit een kleine stad, gaan studeren en ontmoeten heel verschillende jonge vrouwen: een pianiste uit een goede familie, een toekomstige onderwijzeres, de dochter van een rijke bankier.
Een fijnzinnige en wat weemoedige komedie over twee tegengestelde karakters, en over hun manier van liefhebben.
De ironische toon maakt het een prettig boek om te lezen in de taal die u leert.



















