In Kentucky, in 1925, werkt de zestienjarige Ellen Gaddy op de boerderij van de familie. Haar vader, een strenge man, vestigt al zijn hoop op haar jongere zus, die piano studeert. Ellen wordt verliefd op een jonge landarbeider, die misbruik van haar maakt en dan verdwijnt. Zwanger houdt ze haar geheim voor zich en verlaat ze de boerderij.
U volgt haar zo'n twaalf jaar lang, door de grote crisis heen, op het ritme van de seizoenen, de dieren en de volksliedjes: een gevoelig en onverbloemd portret van het leven op het platteland.
In een eenvoudige en directe stijl geschreven leest het makkelijk in de taal die u leert.



















