Tsjitsjikov komt aan in een provinciestad, palmt de hele betere stand in en bezoekt de landeigenaren uit de omgeving. Hij doet hun een vreemd voorstel: hij wil hun dode lijfeigenen overkopen. Die boeren zijn gestorven sinds de laatste volkstelling, maar ze staan nog in de registers, en hun meesters betalen nog altijd belasting voor hen.
Van landgoed naar landgoed trekken de vrek, de lomperik, de wantrouwige weduwe en de dromer voorbij: Gogol maakt er een onweerstaanbare portrettengalerij van, en een van de grappigste romans uit de Russische literatuur.
Met de vertaling altijd voor ogen leest deze roman vol humor heerlijk in de taal die u leert.



















